Constantia, vermoeid van vruchten rapen Laat rode appels glippen uit haar tas En als een vogel in het zomergras Constantia gaat als een vogel slapen
Zij droomt en in haar droom komt vaders knecht Lachend onder de vruchtbomen doorlopen En neemt haar op en zegt: "Doe je ogen open Zo draag ik je ver weg", heeft hij gezegd
Dwars door de groene boomgaarden gaan zij Ze is veertien, ze zit schrijlings op zijn schouder Zo klein ze is, zo ernstig als haar ouders En al de kinderen uit de klas erbij
't Is avond als ze ontwaakt tussen haar vruchten Er ligt een appel in haar kleine schoot Die werd die zomerdag zo rijp en rood Ze moet zo vliegensvlug naar moeder vluchten
De maan ziet toe hoe zij haar schooltas grijpt Hoe snelle voeten 't pad naar huis inslaan Daar komt verward met warme ogen aan Constantia, als de appelen gerijpt